Surah المُلۡكِ (Al-Faatiha) - Ayah 27

Periode: Mekkaans

67:27

فَلَمَّا رَأَوْهُ زُلْفَةً سِيئَتْ وُجُوهُ الَّذِينَ كَفَرُوا وَقِيلَ هَٰذَا الَّذِي كُنتُم بِهِ تَدَّعُونَ

Maar als zij het zullen zien naderend dan zullen de gezichten van de ongelovigen veranderen en er zal (tegen hen) gezegd worden: “Dit is waar jullie om riepen!”