Surah المُلۡكِ (Al-Faatiha) - Ayah 28

Periode: Mekkaans

67:28

قُلْ أَرَأَيْتُمْ إِنْ أَهْلَكَنِيَ اللَّهُ وَمَن مَّعِيَ أَوْ رَحِمَنَا فَمَن يُجِيرُ الْكَافِرِينَ مِنْ عَذَابٍ أَلِيمٍ

Zeg (o Mohammed): “Vertel mij! Als Allah mij vernietigt, en degenen met mij, of als Hij ons Zijn genade schenkt, wie kan de ongelovigen van een pijnlijke bestraffing redden?”